In vogelvlucht:
1. De organisatie van de gewestelijke verkiezingen moet door de gewesten gebeuren.
2. Ook partijen die nog niet in het parlement zitten en deelnemen aan verkiezingen, kunnen over een beperkte campagnedotatie beschikken, mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoen.
3. Wanneer verschillende verkiezingen op één datum samen vallen, kan men slechts op één lijst kandideren.
4. Om schijnkandidaturen te vermijden, geldt de regel dat wie verkozen wordt automatisch zijn bestaande mandaat in een ander parlement verliest.
5. Kandidaten voor een bepaalde kieskring moeten ook effectief in die kieskring wonen.
6. De stemplicht wordt afgeschaft en vervangen door stemrecht.
7. Ook niet-Belgen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, kunnen meestemmen.
8. De kiesgerechtigde leeftijd wordt verlaagd naar 16 jaar.
9. De zetelverdeling gebeurt niet langer volgens het systeem D'Hondt, maar volgens het Hare-quotum, dat steunt op evenredige verdeling.
10. De kiesdrempel wordt afgeschaft en de provinciale zetelverdeling gebeurt op gewestelijk niveau via het systeem van lijstverbinding.
11. Ook tussen diverse partijen wordt lijstverbinding mogelijk, zodat stemmen voor kleine partijen toch niet verloren gaan.
12. De pot verdwijnt, waardoor niet de partijen maar wel de kiezer bepaalt wie verkozen wordt.
13. De aparte opvolgerslijst verdwijnt eveneens. De niet-verkozen kandidaat met de meeste stemmen wordt automatisch eerste opvolger.
14. De beoordeling van de geldigheid van de kiesverrichtingen, het onderzoek van de geloofsbrieven, de controle van de verkiezingsuitgaven, en de controle van de regeringsmededelingen, gebeurt niet langer door het parlement zelf, maar door onafhankelijke instanties.
15. Fractievorming in het Vlaams Parlement is reeds mogelijk vanaf één parlementszetel.
16. Er wordt een cumulverbod ingevoerd tussen de functie van volksvertegenwoordiger en schepen of burgemeester.
17. De Minister-President legt niet langer de eed af in handen van de koning en een regeringslid hoeft geen trouw meer te zweren aan de Koning.
18. Parlementsleden die minister worden, blijven in het parlement zetelen.
Voor het volledige programma, klik hier