Senator Geert Lambert is tevreden dat de informatie die de Duitse fiscus aan de Belgische bezorgde over rekeningen in Liechtenstein al vruchten heeft afgeworpen. Lambert, die het dossier in de Senaat opvolgt, wil dat ook de parketten van Antwerpen en Brussel in actie schieten om verjaring te ontlopen.
Begin juli vorig jaar liet minister van Financiën Reynders aan Lambert weten dat het Duitse Bundeszentralamt für Steuern een bundel informatie met betrekking tot een aantal Belgische onderdanen aan de centrale BBI-administratie had overgezonden. De inspectie moest eerst onderzoeken of de ter beschikking gestelde informatie relevant is op inhoudelijk vlak en inzake termijnen, alvorens ze tot enige taxatie kon overgaan, voegde Reynders eraan toe.
Blijkbaar was de aangereikte informatie relevant genoeg om ze over te maken aan de parketten, maar toch besloot enkel het parket van Gent om zonder dralen het onderzoek te beginnen, met resultaat: niet alleen is er al zo’n half miljoen euro gerecupereerd, er is ook één van de grootste fraudezaken ooit in Gent blootgelegd.
“Het is dan ook ergerlijk dat net in Antwerpen en Brussel, de twee regio’s waar belastingaangiftes nauwelijks gecontroleerd worden, geaarzeld wordt met het onderzoek naar fraudeverdachten”, vindt Lambert. “We hebben in het verleden al meermaals een groot fraudedossier met een sisser zien aflopen omdat de zaak verjaarde. Nu de parketten belangrijke informatie in de schoot geworpen krijgen, lijkt het me dan ook niet teveel gevraagd om die informatie te gaan onderzoeken.”
Lambert zal de ministers van Financiën en Justitie en de staatssecretaris voor Fraudebestrijding naar een stand van zaken vragen.