Onderwijs is de sleutel tot een samenleving waar ruimte is voor sociale mobiliteit en die leidt tot ontplooiing van alle mensen. Kinderen en jongeren, maar ook volwassenen, halen via het onderwijs het beste uit zichzelf. Goed onderwijs is ook van vitaal belang voor de economie.
Investeren in scholen en instellingen van hoger onderwijs is daarom een basis leggen voor de toekomst
In Vlaanderen geniet het onderwijs veel vertrouwen en in internationale vergelijkingen gooien onze leerlingen hoge ogen. Toch is ons onderwijs niet perfect. Nog te veel jongeren verlaten het onderwijs zonder kwalificaties. De doelstellingen van de democratisering van het hoger onderwijs zijn nog niet behaald. Daarom staat er ook voor sociaal-liberalen veel werk op stapel.
Geert Lambert, voorzitter sociaal-liberale partij (SLP)
Onderwijs is voor Vlaanderen te belangrijk om er een besparingspost van te maken. Daarom stelt SLP voor om jaarlijks ten minste 5,5% van het Bruto Regionaal Product te besteden aan het dagonderwijs.
-SLP is tegenstander van elke vorm van commercialisering van elk onderwijs dat aanleiding geeft tot eindattestering. Het recht op onderwijs is een basisrecht en geen handelsgoed. SLP verwerpt een politiek die het onderwijs overlaat aan de commerciële vrije markt. Zij mag dan ook niet onder de GATS (General Agreement on Trade in Services) ressorteren.
-SLP staat voor onderhandelingen met alle inrichtende machten om te komen tot één koepelstructuur, die vrijheid van onderwijs garandeert. In afwachting zijn we van mening dat de opdracht van de bestaande koepels wordt geherformuleerd naar het aanbieden van dienstverlening voor alle inrichtende machten en alle scholen. De inkomsten van de koepels komen voor een deel uit de dienstverlening die ze verkopen aan de scholen. Die scholen bepalen dan zelf, afhankelijk van het dossier of het thema, welke koepel zij kiezen voor de dienstverlening die zij nodig hebben. Zij kunnen door een koepel niet meer gedwongen worden om een deel van hun werkingstoelagen door te storten.
-Nu de verschillen tussen het vrije gesubsidieerde onderwijs, het officieel gesubsidieerde onderwijs en het gemeenschapsonderwijs inzake financiering grotendeels zijn weggewerkt, zijn voor SLP een aantal basisvoorwaarden belangrijk. Deze basisvoorwaarden zijn een objectieve studie naar de lastenstructuren, een open en doorzichtige boekhouding voor alle scholen, inrichtende machten en koepels, en een onvoorwaardelijk engagement tot participatie aan het beleid van de Vlaamse overheid.
-Iedere school die aan de erkennings-, oprichtings-of instandhoudingnormen voldoet, moet op een leefbare en pedagogisch verantwoorde manier kunnen functioneren. Dit houdt in dat de financiering van de scholen niet lineair kan zijn. Voor SLP kan de schoolfinanciering als volgt worden berekend:
1. Een instapfinanciering die los staat van de leerlingenaantallen.
2. Een basisfinanciering berekend op het aantal ingeschreven leerlingen.
3. Een pedagogische financiering op basis van de objectiveerbare verschillen tussen de aangeboden studierichtingen.
4. Een diversiteitfinanciering volgens enerzijds het profiel van de leerling (opleidings-en beroepsprofiel van de ouders, samenstelling van het gezin, B-of C-attest, thuistaal Nederlands of niet, leerstoornissen en handicap), en anderzijds de individuele leerwinst die een leerling maakt.
-SLP wil objectieve criteria voor de infrastructuurnoden van alle scholen. Op basis hiervan is een evenwichtig infrastructuurbeleid mogelijk. Wij willen er bij de Europese en de federale regering voor ijveren om de BTW op schoolgebouwen (bouw, verbouwing, renovatie) te verlagen naar 6%. Het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement onderwijs, beheert de schoolgebouwen.
-SLP pleit ervoor dat de gemeenten verantwoordelijk worden voor alle basisscholen op hun grondgebied. Daartoe richten zij best een ‘autonome instantie' op in de schoot van de gemeenteraad of de VGC. Het gemeentebestuur kan op die manier alle basisscholen, zowel van het vrije, het gemeenschaps-als het gemeentelijk onderwijs, op een gelijke manier ondersteunen. De hogere overheid moet mee voor de nodige financiële steun zorgen. Het decreet op het flankerend onderwijsbeleid is al een stap in die richting.
-SLP is voorstander van netwerkvorming en samenwerkingsverbanden tussen de scholen in de regio en het sociaal-cultureel werk, welzijnsinitiatieven, het lokale bedrijfsleven, .... Zo krijg je een bundeling van de schoolvoorzieningen en verschillende andere instellingen in een wijk. Gemeentebesturen coördineren dergelijke samenwerkingsverbanden.
-Om meer duidelijkheid te scheppen over wat de kinderrechten concreet betekenen op de schoolbanken, moet een voor de betrokkenen begrijpbaar leerlingenstatuut worden ingevoerd. Daarin worden de rechten en de plichten van de leerlingen vastgelegd en dit zonder vakjargon of al te dwingende procedures.
-Het wederzijds engagement is van groot belang, het betekent dat beide partijen, zowel de leerling met zijn of haar ouders als de school zich verbinden om de wederzijdse engagementen, zoals vermeld in het schoolreglement, na te komen. Het betekent eveneens dat scholen ouders van kansarme en allochtone leerlingen mee helpen begeleiden in dergelijke trajecten.
-Voor SLP moeten alle leerlingen vanaf 14 jaar de documenten die aan de ouders of de opvoeders ter ondertekening worden voorgelegd, zelf mee ondertekenen. Wij denken hierbij onder meer aan inschrijvingsdocumenten, schoolreglement, rapporten, schoolagenda en bevestiging van studierichting. Op deze wijze kan niet boven het hoofd van de leerling worden beslist of geïnformeerd.
-Het onderwijsbeleid heeft een rechtstreekse invloed op de leefwereld en het persoonlijk welbevinden van kinderen en jongeren. Daarom wil SLP dat de Vlaamse regering bij elk nieuw onderwijsdecreet of substantiële wijziging van een onderwijsdecreet verplicht een kindeffectenrapport voorziet.
-SLP is voorstander van een startkwalificatie voor elke schoolverlater, ook als het normale curriculum niet volledig werd afgewerkt. Deze startkwalificatie geeft aan of de schoolverlater voldoende competenties heeft voor een zelfstandig functioneren en voor maatschappelijke participatie, een beroepskwalificatie met certificaat op zak heeft, en de nodige competenties bezit om permanent leren mogelijk te maken.
-SLP wil dat er in Vlaanderen een digitale databank voor diploma's wordt opgericht. Op termijn willen we komen tot een Europees digitaal systeem waarbij alle informatie over behaalde diploma's en kwalificaties, bij-of nascholingen, vaardigheden opgedaan in het vrijwilligerswerk of beroepservaringen, wordt opgeslagen. Op eenvoudig verzoek en met respect voor de privacy kan deze centrale databank dan een rechtsgeldig attest van verworven competenties aanleveren.
-SLP wil het beroep van leerkracht dynamiseren door het statutair en financieel op te waarderen. Met de vlakke onderwijscarrière wordt komaf gemaakt. SLP voorziet vijf mogelijke statuten voor de leraren, en na evaluatie, vier carrièresprongen die gepaard gaan met vier loonsprongen.
Statuut 1: Juniorleraar. Hier functioneert de startende leraar gedurende twee jaar voor 80% als leraar en besteedt 20% aan zijn verdere professionalisering.
Statuut 2: Leraar. Dit statuut geldt voor maximum 5 jaar. Na 3 jaar kan de leraar zijn aanvraag doen voor ‘Seniorleraar' en het statuut 3 verwerven. Wordt het statuut 3 na twee opeenvolgende aanvragen en evaluaties niet toegekend, dan volgt ontslag.
Statuut 3: Seniorleraar. Kan tot aan de pensioenleeftijd verworven worden, maar geeft na 5 jaar de mogelijkheid door te stoten naar het statuut van ‘Leraar-expert'. Contracten zijn van onbepaalde duur en gelden voor alle erkende en gesubsidieerde scholen in Vlaanderen. Eventuele reaffectatie, het elders opvullen van weggevallen uren, kan dus netoverschrijdend of tussen verschillende inrichtende machten.
Statuut 4: Leraar-expert. Naast een blijvende opdracht als leerkracht, krijgen zij bijzondere functies toevertrouwd op basis van hun verworven competenties. Hier denken we aan het mentorschap voor leraren in opleiding en/of voor Juniorleraren, aan graadcoördinatoren, aan een functie in het middenkader, enz. Alle Seniorleraren van een school hebben een raadgevende stem bij de aanduiding van een Leraar-expert.
Statuut 5: Leraar-directeur. Na een bijkomende opleiding kan de Leraar-expert doorgroeien naar een directiefunctie binnen of buiten de scholengemeenschap. Ook een Leraar kan na minimaal 7 jaar leraarervaring en na bijkomende opleiding, doorgroeien naar het statuut van leraar-directeur. De aanstelling gebeurt door de inrichtende macht in overleg met de schoolraad.
Dit statutair systeem vervangt geleidelijk het systeem van de vaste benoeming, evenwel zonder fundamenteel te raken aan de rechtszekerheid van de leerkracht.
-SLP is voorstander van een gelijkschakeling van het aantal lesuren dat licentiaten en regenten moeten les geven voor een voltijdse opdracht.
-Nuttige ervaring opgedaan buiten het onderwijs wordt gewaardeerd in de vorm van een anciënniteittoeslag. Dit geldt voor alle leerkrachten.
-Ambulante leerkrachten hebben recht op coherente opdrachten. Dit moet mogelijk worden door hetzij een voltijdse combinatie van verschillende inhoudelijke taakstellingen binnen één school, hetzij een voltijdse opdracht met één inhoudelijke taakstelling binnen verschillende scholen. Dit wordt bij voorkeur netoverschrijdend en (inter)gemeentelijk georganiseerd.
-Elke leerkracht heeft recht op ten minste 50 uur navorming per jaar waarvan hij/zij er ten minste 20 uur tijdens de normale schooluren kan volgen.
-Om navorming en participatie van leerkrachten te stimuleren stelt SLP voor om een gedifferentieerd systeem van verloning in te voeren. In dit systeem vormen niet alleen de anciënniteit, maar ook de gevolgde uren navorming, participatie aan vakwerkgroepen of het begeleiden van extracurriculaire activiteiten, criteria in de berekening van de verloning.
-De evaluaties van personeelsleden gebeuren via onafhankelijke commissies. Zij moeten kunnen steunen op een door het personeelslid te verdedigen dossier dat tevens resultaten bevat van wetenschappelijk onderbouwde instrumenten. Op regelmatige basis worden functioneringsgesprekken georganiseerd.
-Het lerarenberoep wensen wij aantrekkelijker te maken door een grotere beleidsruimte, zoals meer open leerplannen en minder controleregeltjes, en de mogelijkheid om een sabbatjaar en/of vormen van tijdskrediet op te nemen. De administratieve opdrachten, de zogenaamde planlast, van het onderwijzend personeel worden geëvalueerd in functie van een betere en meer gelijke onderwijsparticipatie.
-SLP wil dat per vak, per leerjaar en volgens het gemiddeld profiel van de leerlingen in de gevolgde studierichting grenzen worden gesteld aan het aantal leerlingen waarboven het klascomfort niet meer kan worden gegarandeerd.
-SLP wil bij de inhoud van de lerarenopleiding de volgende criteria bewaken:
1. In de lerarenopleiding niet alleen aandacht besteden aan leerinhouden, maar evenzeer aan leefinhouden (de klas-en schoolomgeving). Niet enkel het IQ, maar ook het EQ (emotioneel quotiënt) is belangrijk.
2. Leraren zijn geen hulpverleners in de enge zin van het woord, maar moeten problemen bij leerlingen wel kunnen detecteren en signaleren aan deskundige hulpverlening.
3. De inhoud van de lerarenopleiding moet aangepast zijn aan en afgestemd zijn op de diversiteit van onze interculturele samenleving. SLP streeft naar een evenredige vertegenwoordiging van alle kansengroepen in de lerarenopleiding en het lerarenkorps.
4. Stagebegeleiding van leraren in opleiding is een gedeelde verantwoordelijkheid van stagescholen en opleidingsinstituten. Scholen en opleidingsinstituten sluiten structurele samenwerkingsovereenkomsten af. Een leraar in opleiding kan niet langer een willekeurige stageplaats kiezen.
5. Er is een dringende nood aan nieuwe initiatieven om het niveau van de instroom van kandidaat-leraren te verhogen. Wij denken bijvoorbeeld aan een verplichte deelname aan een begeleide zelfselectieprocedure.
6. De professionele ontwikkeling van de opleiders van leraren verdient meer aandacht. Een aanvullende opleiding is noodzakelijk. Lerarenopleiders moeten de bekwaamheid bezitten om hun pedagogische en didactische keuzes te bespreken met hun studenten en de noodzakelijke reflectie door hun studenten stimuleren.
-Het volgen van een vooropleiding is een instapvoorwaarde om de functie van directeur uit te oefenen. De overheid biedt daartoe een kader aan van realistische basiscompetenties die voor deze functie vereist zijn. Dat maakt een opleiding op maat mogelijk. De permanente nascholing van directeurs is een absolute must.
-Op het niveau van de scholengemeenschap wordt een managerdirecteur aangesteld. Op het niveau van de school opteren wij voor pedagogische directeurs. Naast een beginnend directeur wordt tijdelijk een coachdirecteur geplaatst die instaat voor de begeleiding. De directeur wordt geëvalueerd op basis van vooraf vastgelegde kernverantwoordelijkheden door zijn werkgever, mede op basis van de inbreng van de personeelsleden, ouders, leerlingen, en de eventuele coachdirecteur.
-De directeur wordt voldoende ondersteund op beleidsvlak, op pedagogisch en administratief vlak. Elke school met 220 ingeschreven leerlingen heeft recht op administratieve ondersteuning. Voor het buitengewoon onderwijs geldt een lager aantal ingeschrevenen en worden de leerlingen die via het GON begeleid worden meegerekend.
-Alle schoolactoren worden betrokken bij de opmaak van een schoolwerkplan, waarvoor de directeur de verantwoordelijkheid draagt. Dit schoolwerkplan is in basis-én secundair onderwijs verplicht. Het plan voorziet in de bekendmaking van het schoolbeleid en van de wijze waarop dat beleid vorm krijgt.
-Voor SLP moet elke school een autonoom opererende leerlingenraad oprichten, samengesteld volgens een vrijwillige beurtrol, die inspraakmogelijkheden voorziet voor zowel de eerste, de tweede als de derde graad. De adviezen die de leerlingenraad formuleert, moeten een gefundeerd antwoord krijgen, hetzij van de schooldirectie, hetzij van de inrichtende macht. Een vertegenwoordiging van de leerlingenraad zit ook in de centrale inspraakorganen (directieraad en/of pedagogische raad).
-Inspraak is niet alleen belangrijk op schoolniveau, maar ook op klasniveau. De inspraak vertrekt bij voorkeur vanuit concrete aanleidingen en gebruikt methodieken op maat van de leerlingen. Leerlingen moeten de mogelijkheid hebben om hun leerkrachten te evalueren.
-SLP wil een grotere betrokkenheid van de leerkrachten bij de centrale inspraakorganen (directieraad en/of pedagogische raad) en efficiëntere werking van deze organen. Dit betekent een democratische en uitgebreide vertegenwoordiging van de leerkrachten in de directieraad, en een goede consultatie en efficiënte communicatie naar alle leerkrachten. Wij pleiten ervoor om participatie op te nemen in de lerarenopleiding, met specifiek aandacht voor het zelf leren participeren.
-SLP vraagt aandacht voor ouderondersteunend leerkrachtgedrag en onderwijsondersteunend oudergedrag. Praktijkvoorbeelden zoals taximama's of vertelpapa's, waarbij ouders worden ingeschakeld om leerlingen te helpen begeleiden of transporteren, verdienen navolging.
-Kansarmoede is in haar essentie een participatieprobleem. Er moeten intensieve contacten tussen de school en de kansarmen plaatsvinden. Vooral de informele contacten zijn noodzakelijk binnen een reële armoedebestrijding. Anders en meer communiceren is de boodschap voor de scholen. School-en participatieraden waken erover dat ook kansarmen er actief aan kunnen participeren.
-SLP is voorstander van het aanpassen van de curricula aan het levensecht onderwijs, waarbij rekening gehouden wordt met diversiteit en waarbij in het basisonderwijs zowel handvaardige als abstracte vaardigheden aan bod komen. Daarvoor is het noodzakelijk dat in de navorming en de leerkrachtenopleiding voldoende aandacht gaat naar de ‘cultuur' van alle leerlingen, het inleefvermogen van de leerkracht en het aansluiten bij de leefwereld van alle leerlingen. Al te vaak wordt onbewust en onterecht de sociale en culturele afkomst van een leerling als een selectiefactor gehanteerd. De leerkrachten moeten zich van deze kansenongelijkheid bewust worden. De Centra voor leerlingenbegeleiding vormen in dit verband een belangrijke schakel tussen leerling en school.
-Ongeacht hun leercapaciteiten moeten kinderen zoveel mogelijk in eenzelfde leeromgeving kunnen blijven. SLP wil - rekening houdend met de draagkracht van iedereen -meer investeringen in extra ondersteuning en doelgroepspecifieke begeleiding van kinderen met leer-, gedrags-en ontwikkelingsproblemen in plaats van in aparte leeromgevingen.
-Onderwijs aan huis of wat in de klas gebeurt digiaal volgen, zorgt ervoor dat kinderen sneller het ziekenhuis mogen verlaten en leerachterstand vermeden wordt. SLP wil dat het decretale kader wordt uitgebreid voor het volgen van digiaal onderwijs voor kinderen die door ziekte thuis of in het ziekenhuis verblijven. Deze nazorg geldt eveneens voor kinderen uit het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, zoals het onderwijs aan huis dat reeds bestaat voor het basisonderwijs.
-SLP is voor een 100% participatie van kleuters aan het kleuteronderwijs (leerplicht vanaf 3 jaar voor het basisonderwijs). Voor kinderen bij wie een abnormaal hoge afwezigheid wordt vastgesteld, wordt het CLB ingeschakeld om de problemen te achterhalen. De ouders van de kinderen uit achtergestelde groepen worden maximaal betrokken en ondersteund.
-SLP is voorstander van een parallel traject voor hoogbegaafden in ten minste één secundaire school per provincie. Dat betekent dat ze het normale jaarverloop volgen van de normaal begaafde leerlingen in de parallel klassen en er samen les mee krijgen, maar daarbovenop krijgen ze als klasgroep een extra opgave als jaaropdracht of als semestertaak, waar de klemtoon ligt op samenwerken met de andere leerlingen, zodat ze door middel van het aanleren van sociale vaardigheden de uitdaging kunnen aangaan. Hoogbegaafde leerlingen die de raad krijgen van o.a. het CLB om het zesde leerjaar van het lager onderwijs over te slaan, worden geacht het getuigschrift van het lager onderwijs behaald te hebben.
-SLP wil het beroepsonderwijs herwaarderen door er onder meer voor te zorgen dat zoveel mogelijk scholen zowel ASO-, KSO-, TSO-als BSO-richtingen aanbieden. Via dit principe van de secundaire schoolcampus hopen we in de scholen vlotter een sociale mix te bekomen en de stigmatisering van de scholen op basis van de aangeboden studierichtingen tegen te gaan. De schotten tussen de diverse richtingen worden daarom zoveel mogelijk weggehaald.
De opsplitsing in BSO, TSO en KSO gebeurt pas vanaf de tweede graad. Dit zal het cascadesysteem drastisch tegengaan. Voor TSO en BSO wordt een imagocampagne opgestart, gericht op leerlingen én leerkrachten. Het is aangewezen dat de scholen richtingoverschrijdende activiteiten organiseren. Op termijn worden de termen BSO, TSO, KSO en ASO afgeschaft. Enkel de studierichtingen worden benoemd (bvb. Kantoor, Elektromechanica, Latijn-Wetenschappen, ...).
-SLP is naast absolute voorstander van de effectieve kosteloosheid van het basisonderwijs hiervan ook voorstander voor het secundair onderwijs. In afwachting wil SLP de studietoelage automatisch toekennen. De kinderbijslag wordt daartoe aangevuld met een variabel gedeelte als studietoelage. De berekening gebeurt op basis van fiscale gegevens of via een kruispuntbank voor studietoelagen. Het variabel gedeelte houdt tevens rekening met de gevolgde studierichting en het gevolgde leerjaar. De overheid heeft een meldingsplicht inzake studietoelage. Kinderen waarvan de ouder(s) zich in een procedure van (juridische) schuldbemiddeling bevinden, hebben - indien ze aan bepaalde voorwaarden voldoen -eveneens recht op een studietoelage.
-Om de school te responsabiliseren en de kosten van allerlei activiteiten in te perken, is SLP voor het behoud van een maximumfactuur per studierichting en per leerjaar.
-Voor SLP is inclusief onderwijs voor kinderen met een handicap en kinderen met leerproblemen een na te streven ideaal dat in de mate van het mogelijke moet verwezenlijkt worden, vanaf het kleuteronderwijs. Wij beseffen echter dat inclusief onderwijs voor sommige leerlingen niet mogelijk of wenselijk is. Voor die leerlingen wil SLP dat aparte onderwijsvoorzieningen met aangepaste begeleiding blijven bestaan. Bij de keuze voor inclusief of aangepast onderwijs mogen alleen de belangen van de leerling vooropstaan.
-Alle schoolgebouwen, maar ook de interactie en het lesmateriaal, moeten maximaal toegankelijk en bereikbaar zijn voor personen met een handicap.
-SLP wil enerzijds het aantal tolken voor slechthorende en dove leerlingen verdubbelen en anderzijds inspanningen leveren om via taal-en spraaktechnologie de integratie en de zelfstandigheid van deze leerlingen binnen het gewoon onderwijs te optimaliseren. Ook voor andere handicaps wordt de bestaande begeleiding aan de noden aangepast en maximaal gebruik gemaakt van technische toepassingen die de integratie in het gewoon onderwijs makkelijker maken.
-SLP wil de studietoelage voor kinderen met een handicap of leerproblemen die in het gewone onderwijs les willen volgen, verhogen tot de gemiddelde kost per handicap of leerprobleem. Voor kinderen met een meervoudige handicap die in een dagcentrum worden opgevangen in plaats van een school, gelden de onderwijskundige principes van studietoelagen, zodat de ouders niet zelf moeten opdraaien voor de meerkost van de opvang.
-Intelligentietesten zijn niet cultuurvrij, dat wil zeggen dat bepaalde onderdelen van de test een zekere bekendheid met een culturele context veronderstellen. Leerlingen die niet in deze context zijn opgegroeid, zijn bij het maken van een dergelijke test in het nadeel. SLP pleit daarom voor cultuureerlijke intelligentietesten.
-SLP wil de idee van de brede school in zijn ruimste definitie toepassen. Het aantal lesuren voor kennisvakken wordt beperkt tot 22. Uit de vrijgekomen uren maken de leerlingen een keuze uit een vrij te kiezen informeler aanbod, georganiseerd binnen een regionaal verband. Mogelijke partners zijn het deeltijds kunstonderwijs, het jeugdwerk, de sportclubs, de gemeentelijke sportdienst enz. Ook school-of ander jeugdtoneel, het bezoeken van theater, bibliotheek, engagement in de sociale sector, activiteiten van allerlei begeleidingsdiensten (logopedie, studiebegeleiding, bijscholing, ...) of het bijwonen van levensbeschouwelijke lessen komen in aanmerking. Een begeleidingsdienst moet erop toezien dat gedurende de leerplicht op regelmatige basis aan de vrij te kiezen activiteiten wordt deelgenomen.
-De huidige opdeling van de leerplicht in 6 jaar basisonderwijs en 6 jaar secundair onderwijs is zeer artificieel. Het maakt dat men op zijn 12de haast een definitieve studie-en/of beroepskeuze moet maken, en doet kiezen voor het "maximale" zodat veel leerlingen achteraf na veel frustratie afglijden. SLP pleit daarom voor één opleidingsmodel met drie vertakkingen die lopen van 4 tot 18 jaar. We wensen een doorzichtige opleidingenstructuur met tussentijdse certificering en flexibele overstap-, instap-en uitstapmogelijkheden.
-Een goede kennis van de pc is vandaag onontbeerlijk. Informatica maakt ook nieuwe manieren van lesgeven mogelijk. SLP wil daarom dat vanaf het derde jaar secundair onderwijs elke leerling over een persoonlijke thuis-pc kan beschikken. Leerkrachten krijgen een intense voorbereiding op het werken met een computernetwerk, interessante educatieve tools, multimediale programma's, ... Scholen moeten uitgerust zijn voor netwerken en draadloze internetverbinding. Er wordt maximaal gebruik gemaakt van open source software.
-Elke leerling heeft recht op succeservaringen. SLP is daarom voorstander van een evaluatiesysteem op basis van (individuele) leerwinst. Zo wordt de nadruk gelegd op de vooruitgang die een leerling boekt ten opzichte van een vastgelegde beginpositie en minder op het behalen van een uniform vastgelegd resultaat. Om die individuele leerwinst te meten worden de nodige instrumenten ontwikkeld. Het nieuwe evaluatiesysteem komt dan in de plaats van het huidige selectieve systeem. Daartoe kan in eerste instantie in de laatste 4 jaar van het secundair onderwijs het modulair leren worden veralgemeend.
-Voor kinderen uit het basisonderwijs wordt huiswerk tot een minimum herleid. Voor jongeren uit het middelbaar onderwijs kunnen huistaken beperkt worden tot creatieve, dus niet-cognitieve of niet-technische opdrachten. Daarnaast is het belangrijk dat kinderen en jongeren technieken van zelfstudie worden aangeleerd.
-Elke leerling heeft recht op een tweede kans. Daarom blijven herexamens behouden in alle richtingen. Vakantietaken kunnen een hulp zijn zodat leerlingen met leerproblemen geen te grote achterstand hebben bij het begin van het nieuwe schooljaar.
-SLP is voorstander van een eigentijds praktijkgericht taalonderwijs waarbij reeds vanaf het basisonderwijs spelenderwijs en met aangepaste methodieken taalgevoeligheid wordt bijgebracht. Er komt meer nadruk op gesproken taal te liggen. In het secundair onderwijs wordt Frans verplicht de eerste en Engels de tweede vreemde taal. Als derde vreemde taal kunnen de leerlingen kiezen tussen Duits, Spaans of een taal die aansluit bij de culturele achtergrond van het kind. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van leraren uit andere taalgebieden en van uitwisselingsprojecten voor leerlingen. Kennis van het Nederlands is in Vlaanderen onontbeerlijk. SLP ijvert daarom voor een degelijk onderricht in standaard Nederlands, in geschreven en in gesproken vorm.
-Het Nederlandstalig Onderwijs in Brussel (NOB) moet zijn Nederlandstalig karakter aan de buitenwereld en vooral aan de ouders van de leerlingen kenbaar maken. Het NOB moet echter openstaan voor alle leerlingen, ongeacht hun etnische, culturele, sociale of godsdienstige achtergrond. De ouders en de leerlingen moeten niet alleen het pedagogisch project, maar ook het Nederlandstalig karakter respecteren. SLP staat volledig achter het decreet dat gelijke kansen op onderwijs voor kinderen van vreemde oorsprong of uit arme gezinnen waarborgt.
SLP wil dat de situatie van het Nederlandstalig Onderwijs in Brussel op de voet gevolgd wordt en dat bijsturingen heel vlug kunnen gebeuren. Een aandachtspunt blijft de aanwezigheid van Nederlandstalige kinderen in het Brussels onderwijs. Bovendien verwacht SLP dat het NOB zich actief zal inspannen om de sociale en culturele kloof tussen ouders en school te dichten. Daartoe zal het NOB de anderstalige ouders aanmoedigen en helpen om Nederlandse taallessen te volgen. Op de vraag naar meer Nederlandstalig onderwijs in Brussel zal hoe dan ook alleen kunnen beantwoord worden door het aanbieden van meer accommodatie. Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel vormt immers de garantie voor een blijvende Nederlandstalige aanwezigheid in Brussel.
-SLP ondersteunt de recente initiatieven omtrent een meertalig en modulair onderwijssysteem. De meertaligheid is immers -samen met de interculturele ontmoetingskansen -één van de elementen, die het NOB kwalitatief hoogstaand en aantrekkelijk maakt in de voorbereiding van de leerlingen op hun toekomstige plaats in de internationale Brusselse gemeenschap. De leerkrachten, die bereid zijn de bijscholing van het Brussels Nascholingscentrum of een andere opleiding inzake de omgang met anderstaligheid, interculturaliteit en armoede te volgen, hebben recht op een bijkomende vergoeding, wanneer en zolang ze in het NOB tewerkgesteld zijn.
-Een verkeerde studiekeuze in het hoger onderwijs kan vervelende gevolgen hebben. Niet alleen is er de meerkost voor de scholen, het zorgt ook voor een lager opleidingsniveau of vertraagde uitstroom naar de arbeidsmarkt én persoonlijke drama's. SLP is daarom voorstander van een betere oriëntering van de jongeren bij de doorstroom naar het hoger onderwijs. In de laatste graad van het secundair onderwijs moet er voor elke jongere een studiekeuzedossier worden aangelegd en dat in samenspraak met de directe spelers, d.w.z leerling, leraar en ouders. Ook de klassenraad, het schoolteam, het CLB en het hoger onderwijs zelf hebben een belangrijke rol te spelen. Vaste onderdelen in dat studiekeuzeproces zijn een algemene oriënteringsproef in het voorlaatste jaar waarin taalvaardigheid, begrip en logisch denkvermogen worden getest enerzijds en een richtingsgeoriënteerde proef anderzijds. Deze laatste bestaat in een excursie waar de student in spe kan proeven van de inhoud van de richting, van de manier van werken en lesgeven. Deze proeven moeten verplicht zijn voor elke jongere maar mogen geen bindend karakter krijgen.
-SLP blijft gekant tegen puur numerieke beperkingen inzake overgang tussen het secundair onderwijs en het hoger onderwijs. De maatschappij heeft er alle belang bij om zoveel mogelijk maatschappelijk potentieel te kunnen mobiliseren. De meeste puur kwantitatieve beheersingssystemen leiden tot niet volledige mobilisatie van dat potentieel, en dienen veeleer de beurs van een beperkte beroepsgroep die reeds actief is. Bindende proeven moeten ook uitgesloten worden, omdat er nog geen volledig betrouwbaar instrumentarium bestaat dat in alle gevallen de voor een opleiding bekwame studenten kan onderscheiden van de andere. Elke proef blijkt voorlopig nog op één of andere manier een voordeel in te houden voor sociaal bevoordeelden of meet op één of andere manier bepaalde kennis die men reeds opdeed. Toevallige factoren zoals school of leraar kunnen dan bepaalde bekwame studenten tijdelijk benadelen.
-De inschrijvingsgelden worden voor beursstudenten beperkt tot een minimum. Alle studenten moeten tijdens het eerste semester naar eender welke richting kunnen overstappen zonder opnieuw inschrijvingsgeld te betalen.
-Iedere student krijgt een financieel minimumpakket. De studiebeurzen voor het hoger onderwijs worden opgetrokken tot ze de reële studiekosten ook daadwerkelijk helemaal dekken. Bovendien moeten de inkomensgrenzen die gebruikt worden om te berekenen of een jongere recht heeft op een beurs en hoe hoog die dan is, blijvend geëvalueerd en desnoods aangepast worden. De overheid dient in overleg met de instellingen voor hoger onderwijs na te gaan in welke mate de kosten voor het hoger onderwijs kunnen gedrukt worden en waar nodig rechtstreeks een inspanning te doen opdat iedereen onder gelijke voorwaarden van de moderne onderwijsvormen kan gebruik maken.
-Een deel van de verantwoordelijkheid voor het toegankelijk en democratisch inrichten van hoger onderwijs ligt bij de studentenvoorzieningen van de universiteiten en de sociale voorzieningen aan de hogescholen. Elke student moet van alle voorzieningen gebruik kunnen maken, ongeacht de associatie waarin hij of zij school loopt. Universiteitsstudenten en hogeschoolstudenten hebben dezelfde rechten voor wat betreft betoelaging en sociale omkadering. Het optimale organisatieprincipe is dat van de subsidiariteit tussen een internationaal, Vlaams, regionaal en lokaal niveau. Het zwaartepunt van de organisatie moet op regionaal niveau liggen om maximaal in te spelen op de regiogebonden verschillen (dure huisvesting, veel pendelstudenten, veel allochtonen...) en ook de schaalvoordelen te benutten. Op elke campus moeten er evenwel antennediensten zijn om het directe contact met de student te vrijwaren.
-Elke student heeft recht op een buitenlandse uitwisseling en mag die uitwisseling voorbereiden door op voorhand een taalcursus te volgen van de taal van het land of regio. Hiervoor moet niet apart worden betaald. De sturende en ontvangende instellingen sluiten op voorhand onderling protocollen af om het aantal studiepunten te honoreren en te erkennen. De studenten kunnen ter voorbereiding vragen om een rechtstreekse videoles te mogen volgen.
-SLP wil dat de instellingen van hoger onderwijs sterker samenwerken zonder af te doen van de noodzakelijke tweedeling tussen eerder professionele opleidingen en eerder wetenschappelijk georiënteerde opleidingen. Beide zijn nodig met hun specifiek profiel.
-Het hoger onderwijs moet maximaal toegankelijk zijn. Dat betekent een maximale betrekkingen van kansarmen en allochtonen in het kader van de gelijke kansen. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat bij individuele trajecten (IAJ) examens niet mogen samenvallen, zoals nu vaak het geval is.
-Inspraak en participatie zijn ook hier belangrijk. SLP wil niet alleen dat studenten op gezette tijdstippen hun proffen en docenten kunnen evalueren, maar ook het geheel van studentenvoorzieningen kunnen toetsen aan wat is aanbevolen. Alle raden van bestuur moeten minstens uit 20% studenten bestaan. Kandidaat-studentenvertegenwoordigers dienen de helft van de uitgebrachte stemmen achter zich krijgen. Om geldig te verkiezen moet wel minstens 20% van de studenten hun stem uitbrengen. Dat betekent dat kandidaten hun medestudenten ook moeten motiveren en informeren zodat die het belang van de stemming inzien. Wie verkozen is, heeft voor SLP recht op coaching en naschoolse vorming zodat ze de nodige kennis in verband met bestuur kunnen opdoen. We willen hen ook belonen, niet financieel maar educatief, door aan hun vertegenwoordiging een aantal studiepunten toe te kennen (bvb. 7 op 60 studiepunten).
-Het Bologna-akkoord bevat kansen maar ook bedreigingen. SLP onderschrijft de grotere transparantie van diploma's binnen de grote Europese context en de grotere mobiliteitskansen die dit biedt. Wij hopen via Bologna ook het hoger onderwijs te dynamiseren (relevante en actuele vormen van onderwijs) en te flexibiliseren (meer groepen betrekken via bvb. combinatie werk/studie en een vlotte overstap tussen universiteit en hogeschool). Wij staan echter huiverachtig tegenover een louter economische invulling van het hoger onderwijs. Voor SLP heeft hoger onderwijs een waarde op zich. Wij zijn ook tegen een verregaande homogenisering van het onderwijsaanbod. Zeker als dit dan zou betekenen dat het onderwijs daardoor in belangrijke mate in het Engels wordt gedoceerd.